Voedselgerelateerde ziekteverwekkers zorgden in 2011 voor 416 miljoen aan kosten

Dat is de kop van een artikel op de website Foodholland.nl. De meeste kosten komen voort uit infecties met de Campylobacter-bacterie, het noro- en rotavirus. Deze infecties worden overgedragen via voedsel, de mens, het milieu of dieren. Overdracht via voedsel neemt meer dan 40% (168 miljoen euro) van de totale kosten van de 14 onderzochte ziekteverwekkers voor zijn rekening. De overige kosten worden toegeschreven aan overdracht van mens op mens (28%), blootstelling via het milieu (15%), contacten tussen dier en mens (7%) en reizen in het buitenland (9%).

Ruim de helft van de kosten van voedsel infecties (86 miljoen euro) wordt veroorzaakt door dierlijke producten als vlees, eieren en zuivel. Vis (8%), groenten en fruit(6%), dranken (2%), graanproducten(5%) en andere niet gespecificeerde voedselgroepen (14%) hebben een veel kleiner aandeel in de kosten van voedselinfecties. De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor de hygiëne in de volledige productieketen. Zo ook bij de slachthuizen.

Door het instellen van een ‘proceshygiëne criterium’ kan een maximum worden gesteld aan het aantal Campylobacter-bacteriën per hoeveelheid geslacht vlees. Als in een slachthuis regelmatig hogere concentraties worden aangetroffen, zal het slachthuis hygiënische maatregelen in het productieproces moeten nemen. Het RIVM heeft met behulp van wiskundige modellen onderzocht welke resultaten de verschillende criteria (strengere en soepelere) kunnen opleveren, zowel met het oog op de volksgezondheid als op de kosten voor de pluimvee-industrie.

Door het instellen van een “proceshygiëne criterium” van 1000 kve (kolonie vormende eenheden per gram vlees) is het mogelijk 70% van alle door kippenvlees veroorzaakte ziektegevallen te voorkomen. Deze maatregel is kosteneffectief. De kosten die de pluimvee-industrie maken (naar schatting 2 miljoen euro per jaar) zijn namelijk veel lager dan de te vermijden kosten door ziekte (ongeveer 9 miljoen euro per jaar).

bron: RIVM, 13/06/13